Mudde Photography

'De rotterdamse rellen, deze mensen waren aan het werk...'

Rellen in Rotterdam, het verhaal van de agenten. ME’er Daley beschermde de brandweer: ‘Je staat stenen en vuurwerk te happen’. ‘Aan het begin van de demonstratie zag ik een man met een fakkel. Ik zeg: ‘beste kerel, doe dit gewoon niet. Je bent de boel aan het opnaaien’. Dus hij gooit hem weg, zegt ‘rot op, joh’ en wil weglopen. Ik pak zijn arm – en dan zie ik dat er dertig man máximaal op mij gefocust zijn. Ik zeg tegen mijn leidinggevende: ik laat hem weer los, anders wordt het rellen.” „De sfeer werd heel snel heel grimmig. Ik kwam aan als wijkagent in ‘vredestenue’, maar na een uur of zo ben ik mijn ME-pak gaan halen. Op het bureau hoor je dan dat je achtergebleven collega’s maximaal belaagd zijn. Dat voelt naar en tegelijkertijd denk je: toch niet helemaal verkeerd ingeschat, goed dat ik als ME’er terug kan.” „Collega’s moeten uiteindelijk hun vuurwapens trekken en iemand wordt in zijn been geraakt. Hó stop, roepen die relschoppers dan, je moet hem helpen. Je doet het, terwijl zij jou net proberen te vermoorden. Terwijl ik die man help, krijg ik dan een baksteen vól op mijn borstbeen: alle lucht uit mijn longen.” Een wijkagent schoot voor het eerst: ‘Je denkt op dat moment: ik ga dood’ ‘Normaal ben ik niet zo van dat anonieme gedoe, maar ik heb tegenover die jongens gestaan. Ik heb de woede en de schade gezien, de organisatie van het geweld, hoe ze alles filmden. Ik heb dit nooit eerder gehad, maar ik ben nu bang dat ze mijn identiteit proberen te achterhalen, en voor mijn eigen veiligheid.” „Er wordt zó’n zwaar vuurwerk naar je gegooid, je voelt de luchtdruk op je borstkas. Ik zag een collega, een paar meter voor me, middenin een vuurbal. Hij greep naar zijn oren en rende weg. Je ziet zelf ook van die bruine mortierballen naast je inslaan. Het ontploffen heb je niet eens door. Je oren kunnen het niet aan, je gehoor wordt uitgeschakeld. Het lijkt alsof er daglicht is, terwijl het pikdonker is. Alles gaat in slow motion.” „En dan komt het besef: we gaan het niet houden. Er is nog één middel: je vuurwapen. Nog nooit hoeven te gebruiken. Maar op dat moment denk je: ik ga dood.” „Je schiet in de lucht om te waarschuwen. Dat heeft nul effect op de groep. Nog een keer in de lucht: weer nul effect. Je ziet je collega’s, óók in de lucht schieten. En dan nóg gaan ze door. Op dat moment besluit je: ik heb dertig patronen en kan ze niet allemaal in de lucht schieten. Het volgende schot wordt gericht.” Karin Krukkert had de leiding: ‘We werden te grazen genomen’ „Rond half acht ben ik gebeld door de hoofdofficier van dienst, vanuit de meldkamer in het World Port Center in Rotterdam. Het voelt niet goed, zei hij. Ik zei: begin maar direct met opschalen en check of de eenheid in Den Haag paraat is. Ik kom eraan. Nou, een half uur later stonden er duizend man of meer. Toen kwam de melding: ze willen niet demonstreren, maar ons te grazen nemen.” „Opschalen, opschalen. Dat was op dat moment het belangrijkste. Uiteindelijk kwamen er pelotons uit het hele land. We hadden de ‘whisky’ en de ‘zulu’: de waterwerper en de helikopter dus. En dan op een gegeven moment zie je de avond langzaam kantelen. Het is nog lang niet rustig in de stad, maar je hebt in ieder geval weer de regie over het gevecht.”